|
Vlarem II - geluidsnormen
VLAAMSE REGERING
BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING TOT WIJZIGING
VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 1 JUNI 1995
HOUDENDE ALGEMENE EN SECTORALE BEPALINGEN INZAKE MILIEUHYGIËNE
DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de wet van 28 december 1964
betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging,
inzonderheid op artikel 1 en 3;
Gelet op de wet van 26 maart 1971 op de
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging
zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 3;
Gelet op de wet van 18 juli 1973 betreffende
de bestrijding van de geluidshinder, inzonderheid op artikel 1
en 2;
Gelet op het decreet van 24 januari 1984
houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, gewijzigd
bij de decreten van 12 december 1990 en 20 december 1996,
inzonderheid op artikel 9;
Gelet op het decreet van 28 juni 1985
betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij de decreten van
7 februari 1990, 12 december 1990, 22 december 1993, 21
december 1994 en 8 juli 1996, inzonderheid op artikel 20;
Gelet op het decreet van 23 januari 1991 tot
bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door
meststoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 18
december 1992, 22 december 1993 en 20 december 1995,
inzonderheid op artikel 33 en 34;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering
van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen
inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de
Vlaamse regering van 6 september 1995, 26 juni 1996 3 juni
1997, 17 december 1997, 24 maart 1998 en 16 september 1998;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid,
gemotiveerd door de omstandigheid dat een aanpassing van titel
II van het VLAREM dringend noodzakelijk is in het licht van de
voorgenomen aanpassing van titel I van het VLAREM die
inmiddels is doorgevoerd bij besluit van de Vlaamse regering
van 12 januari 1999;
Gelet op het advies van de Raad van State,
gegeven op 7 januari 1999, met toepassing van artikel 84,
eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van
State;
Gelet op het advies van de Inspectie van
Financiën, gegeven op 27 november 1998;
Op voorstel van de Vlaamse minister van
Leefmilieu en Tewerkstelling;
Na beraadslaging,
BESLUIT:
HOOFDSTUK I
WIJZIGINGEN VAN TITEL II VAN HET VLAREM
Artikel 1. In artikel 1.1.2. van het besluit
van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en
sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de
besluiten van de Vlaamse regering van 26 juni 1996 en 24 maart
1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
(..)
10° "DEFINITIES GELUID (Hoofdstukken
2.2. en 4.5)" wordt vervangen door wat volgt:
- 'A-Weging': weging volgens de A-curve,
gedefinieerd in de Belgische norm NBN C 97-122
"Geluidspeilmeters";
- 'A-gewogen geluidsdrukniveau LpA': ' het
A-gewogen momentane niveau van de geluidsdruk;
- 'A-gewogen equivalent continu
geluidsdrukniveau Laeq.T ': het constante A-gewogen
geluidsdrukniveau dat gedurende het tijdsinterval T dezelfde
geluidsenergie zou veroorzaken als het werkelijk gemeten
A-gewogen geluidsdrukniveau gedurende hetzelfde tijdsinterval
T;
- 'A-gewogen procentueel niveau LANT: het
A-gewogen geluidsdrukniveau dat gedurende N % van het
tijdsinterval T wordt overschreden;
- 'stabiel geluid': het geluid waarvan de
niveauschommelingen, gemeten als Laeq,ls niet meer bedragen
dan 5 dB(A);
- 'intermitterend geluid': geluid waarvan het
niveau meerdere keren terugvalt tot dat van het residuele
geluid en waarbij het geluidsniveau tijdens de verhoging
aanhoudt gedurende een periode in de orde van grootte van 2
seconden; de niveauverhogingen worden gemeten als Laeq, ls en
duren in het totaal niet langer dan 10 % van de duur van de
desbetreffende beoordelingsperiode(n);
- 'fluctuerend geluid': geluid waarvan het
niveau voortdurende en in belangrijke mate varieert; de
variaties kunnen zowel periodisch als niet-periodisch zijn; de
niveauverhogingen worden gemeten als Laeq, ls en duren in het
totaal niet langen dan 10 % van de desbetreffende
beoordelingsperiode(n);
- 'impulsachtig geluid': geluid veroorzaakt
door zeer kortstondige gebeurtenissen, korter dan 2 seconden,
en waarvan het niveau meerder keren abrupt terugvalt tot dat
van het residuele geluid of het oorspronkelijk
omgevingsgeluid; de niveauverhogingen worden gemeten als Laeq,
ls en duren in het totaal niet langer dan 10 % van de
desbetreffende beoordelingsperiode(n);
- 'incidenteel geluid': geluid waarvan het
niveau weinig frequent verhoogt ingevolge gebeurtenissen die
langer dan 2 seconden duren; de niveauverhogingen worden
gemeten als Laeq, ls en duren in het totaal niet langer dan 10
% van de duur van de desbetreffende beoordelingsperiode(n);
- 'tonaal geluid': geluid waarvan het tonale
karakter in het frequentiegebeid van 50 Hz tot 10.000 Hz wordt
aangetoond door:
- ofwel een lineaire tertsbandanalyse
(waarde van minsten één tertsband ten minste 5 dB hoger
dan waarde van beide aanliggende tertsbanden);
- ofwel hoorbaarheid en een
smalbandanalyse;
- 'omgevingsgeluid': het geluid op een gegeven
plaats en op een gegeven ogenblik; dat geldt zowel in open
lucht als in een gesloten ruimte;
- 'relevante waarde': de getalwaarde van de
akoestische grootheid die het geluid van een inrichting, of
een deel ervan karakteriseert;
- 'specifiek geluid': de relevante waarde die
eventueel aangepast wordt met een beoordelingsgetal; tot het
specifiek geluid van een inrichting wordt eveneens geluid
(lawaai) gerekend, voortgebracht door transport, laad- en
losverrichtingen, verkeer, het opwarmen en laten draaien van
motoren op het terrein van de inrichting, evenals door het in-
en uitgaande verkeer;
- 'residueel geluid': geluid dat bestaat na
stopzetting van een inrichting die op significante wijze
bijdragen tot het omgevingsgeluid;
- 'oorspronkelijk omgevingsgeluid':
omgevingsgeluid dat aanwezig is vóór het exploiteren of
veranderen van een inrichting;
- 'beoordelingsperiode':
- overdag: de periode van 7 tot 19 uur;
- 's avonds: de periode van 19 tot 22 uur;
- 's nachts: de periode van 22 tot 7 uur;
- 'meetduur': de totale duur van een periode
waarin het geluid effectief wordt gemeten;
- 'meetperiode': niet noodzakelijk
aaneengesloten periode die meerdere meetduren kan omvatten;
- 'volledig akoestisch onderzoek': onderzoek
dat een evaluatie volgens dit besluit beoogt van een
akoestische situatie op basis van immissieniveaus eventueel
aangevuld met saneringsvoorstellen;
- 'beperkt akoestisch onderzoek': onderzoek
dat enkel de technische controle omvat, bedoeld in artikel 62,
§ 4 van titel I van het VLAREM, en wordt uitgevoerd door of
onder de verantwoordelijkheid van de toezichthoudende
ambtenaren;";
Art. 53. Het hoofdstuk 4.5. "Beheersing
van geluidshinder" wordt vervangen door wat volgt:
HOOFDSTUK 4.5.
BEHEERSING VAN GELUIDSHINDER
AFDELING 4.5.1
ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 4.5.1.1. § 1. De exploitant treft
ter naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk, de nodige
maatregelen om de geluidsproductie aan de bron en de
geluidsoverdracht naar de omgeving te beperken. Naargelang van
de omstandigheden en op beste beschikbare technieken wordt
hierbij gebruikgemaakt van een oordeelkundige (her)schikking
van de geluidsbronnen, geluidsarme installaties en toestellen,
geluidsisolatie en/of -absorptie en/of -afscherming.
§ 2. De bepalingen vermeld onder de
afdelingen 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.4 van dit besluit zijn van
toepassing, tenzij voor bepaalde categorieën van inrichtingen
in dit reglement andere bepalingen zijn opgenomen.
AFDELING 4.5.2
RICHTWAARDEN VOOR HET SPECIFIEKE GELUID
IN OPEN LUCHT EN BINNENSHUIS
Art. 4.5.2.1. Ter beoordeling van het geluid
van inrichtingen gelden de in de bijlagen 4.5.4 en 4.5.5 bij
dit besluit aangegeven waarden in dB(A) als richtwaarden
waaraan het specifieke geluid in open lucht van een inrichting
wordt getoetst.
Art. 4.5.2.2. Ter beoordeling van het geluid
van inrichtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met
bewoonde vertrekken gelden de in bijlage 2.2.2 bij dit besluit
aangegeven waarden in dB(A) als richtwaarden waaraan het
specifieke geluid binnenshuis van een inrichting wordt
getoetst.
AFDELING 4.5.3
VOORWAARDEN VOOR NIEUWE INRICHTINGEN VAN
KLASSE 1 EN 2 ENVOOR
VERANDERINGEN VAN BESTAANDE INRICHTINGEN VAN
KLASSE 1 EN 2
Art. 4.5.3.1. § l. LA95,1h van het
oorspronkelijke omgevingsgeluid is gelijk aan of hoger dan de
richtwaarde van bijlage 2.2.1 bij dit besluit. In dat geval
moet het specifieke geluid, in open lucht voortgebracht door
de nieuwe inrichting of door het geheel, respectievelijk door
het onderdeel van een bestaande inrichting dat het voorwerp
van een verandering heeft uitgemaakt, beperkt worden tot het
LA95,1h van het oorspronkelijke omgevingsgeluid verminderd met
5 dB(A) enerzijds alsmede tot de in bijlage 4.5.4 bij dit
besluit bepaalde richtwaarden anderzijds.
§ 2. LA95,1h van het oorspronkelijke
omgevingsgeluid is lager dan de richtwaarden in de gebieden
onder l°, 4°, 6° of 7° van de bijlage 2.2.1 bij dit
besluit. In dat geval moet het specifieke geluid in open lucht
voortgebracht door de nieuwe inrichting of door het geheel,
respectievelijk door het onderdeel van een bestaande
inrichting dat het voorwerp van een verandering heeft
uitgemaakt, beperkt worden tot het LA95,1h van het
oorspronkelijke omgevingsgeluid enerzijds en tot de in bijlage
4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 5
dB(A) anderzijds.
§ 3. LA95,1h van het oorspronkelijke
omgevingsgeluid is lager dan de richtwaarden in de gebieden
onder 2°, 3°, 5°, 8° of 9° van de bijlage 2.2.1. bij dit
besluit. In dat geval moet het specifieke geluid in open lucht
voortgebracht door de nieuwe inrichting of door het geheel,
respectievelijk door het onderdeel van een bestaande
inrichting dat het voorwerp van een verandering heeft
uitgemaakt, beperkt worden tot de in bijlage 4.5.4 bij dit
besluit bepaalde richtwaarden verminderd met 5 dB(A).
§ 4. Onverminderd de bepalingen van § 1, 2
en 3 moeten nieuwe inrichtingen van klasse 1 of 2, alsmede
veranderingen van bestaande inrichtingen van klasse 1 of 2 die
een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken
voldoen aan volgende bepalingen: het specifieke geluid
binnenshuis van de inrichting gemeten in de bewoonde
vertrekken, waarvan vensters en deuren gesloten zijn, dient
beperkt te worden tot de in bijlage 2.2.2 bij dit besluit
bepaalde richtwaarden verminderd met 3 dB(A).
§ 5. Als het geluid in open lucht van een
inrichting een incidenteel, fluctuerend, intermitterend of
impulsachtig karakter vertoont, dan worden de in bijlage 4.5.5
bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de
toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde is de in bijlage
4.5.4 van dit besluit aangegeven richtwaarde voor de
verschillende gebieden verminderd met 5.
§ 6. De voorwaarden vermeld in deze afdeling
worden schematisch weergegeven in de beslissingsschema's
4.5.6.1 en 4.5.6.3 in bijlage 4.5.6 bij dit reglement.
AFDELING 4.5.4
VOORWAARDEN VOOR BESTAANDE INRICHTINGEN VAN
KLASSE 1 EN 2
Art. 4.5.4.1. § 1. Indien volgens een beperkt
akoestisch onderzoek een door de inrichting veroorzaakte óverschrijding
van de in bijlage 4.5.4, 4.5.5 en/of bijlage 2.2.2 bij dit
besluit bepaalde richtwaarden wordt vastgesteld, kan de
toezichthoudende ambtenaar de exploitant(en) verplichten tot
uitvoering van een volledig akoestisch onderzoek en dit op
kosten van de exploitant(en).
Dit volledige akoestische onderzoek wordt
uitgevoerd overeenkomstig bijlage 4.5.2 bij dit besluit en
bepaalt de bijdrage van de inrichting of, in voorkomend geval,
van elke inrichting tot voormelde overschrijding.
§ 2. Indien het volledige akoestische
onderzoek, bedoeld in § 1, uitwijst dat het specifieke geluid
in open lucht voortgebracht door de inrichting(en) de in
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bedoelde richtwaarde met 10
dB(A) of meer overschrijdt, moet(en) de exploitant (en) van de
betrokken inrichting (en) op zijn (hun) kosten een
saneringsplan opstellen en uitvoeren overeenkomstig de
bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit besluit.
§ 3. Indien het volledige akoestische
onderzoek, bedoeld in § 1, uitwijst dat het specifieke geluid
in open lucht voortgebracht door de inrichting(en) de in
bijlage 4.5.4 bij dit besluit bepaalde richtwaarden met minder
dan 10 dB(A) overschrijdt, kan de vergunningverlenende
overheid, op advies van de afdeling Milieuvergunningen voor de
inrichtingen van de lste klasse en van de afdeling
Milieuvergunningen en van de bevoegde gemeentelijke
milieudienst voor inrichtingen van de 2de klasse, een
saneringsplan ter uitvoering opleggen overeenkomstig de
bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit besluit.
§ 4. Onverminderd de bepalingen van § 1, 2
en 3 wordt het specifieke geluid binnenshuis van bestaande
inrichtingen van klasse 1 of 2 die een gemene muur en/of vloer
hebben met bewoonde vertrekken zodanig beperkt dat de
richtwaarden van bijlage 4.5.6.bij dit besluit zo goed
mogelijk worden benaderd, rekening houdend met de bepalingen
van artikel 4.5.1.1 en met gebruik van de beste beschikbare
technieken.
Het specifieke geluid van de inrichting wordt
gemeten in de bewoonde vertrekken, waarvan vensters en deuren
gesloten zijn.
Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning
moet het specifieke geluid van de inrichting aan de bepalingen
van deze paragraaf voldoen uiterlijk op 1 augustus 1997
§ 5. Als het geluid in open lucht van een
inrichting een incidenteel, fluctuerend, intermitterend of
impulsachtig karakter vertoont, dan worden de in bijlage 4.5.5
bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de
toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde is de in bijlage
4.5.4 bij dit besluit aangegeven richtwaarde voor de
verschillende gebieden.
§ 6. De voorwaarden vermeld in deze afdeling
worden schematisch weergegeven in de beslissingsschema's
4.5.6.1 en 4.5.6.2 in bijlage 4.5.6 bij dit reglement4
AFDELING 4.5.5
VOORWAARDEN VOOR INRICHTINGEN VAN KLASSE 3
Art. 4.5.5.l. § 1. Het specifieke geluid in
open lucht van nieuwe inrichtingen alsmede van veranderingen
van bestaande inrichtingen mag op de in § 3 of 4 van artikel
1 van bij lage 4.5.1 bij dit besluit bepaalde meetpunten ' de
met 5 dB(A) verminderde richtwaarde in bijlage 4.5.4 bij dit
besluit niet overschrijden.
§ 2. , Onverminderd de bepalingen van § 1
moet het specifieke geluid binnenshuis van nieuwe
inrichtingen, alsmede van veranderingen van bestaande
inrichtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met
bewoonde vertrekken voldoen aan de volgende bepaling : het
specifieke geluid gemeten in de bewoonde vertrekken, waarvan
vensters en deuren. gesloten zijn, dient beperkt te worden tot
de in bijlage 2.2.2 bij dit besluit bepaalde richtwaarden
verminderd met 3 dB(A)..
§ 3. Het specifieke geluid in open lucht van
bestaande inrichtingen wordt op de in § 3 of 4 van artikel 1
van bijlage 4.5.1 bij dit besluit bepaalde meetpunten zodanig
beperkt dat de richtwaarde in bijlage 4.5.4 bij dit besluit zo
goed mogelijk wordt benaderd, rekening houdend met de
bepalingen van artikel 4.5.1.1 en met gebruik van de beste
beschikbare technieken.
§ 4. Onverminderd de bepalingen van § 3
wordt het specifieke geluid binnenshuis van bestaande
inrichtingen die een gemene muur en/of vloer hebben met
bewoonde vertrekken zodanig beperkt dat de richtwaarden van
bijlage 2.2.2 bij dit besluit zo goed mogelijk worden benaderd
rekening houdend met de bepalingen van artikel 4.5.1.1 en met
gebruik van de beste beschikbare technieken.
§ 5. Het specifieke geluid van de bestaande
inrichtingen moet uiterlijk op 1 augustus 1998 voldoen aan de
bepalingen van § 3 en § 4.
§ 6 Als het geluid in open lucht van een
inrichting een incidenteel, fluctuerend, intermitterend of
impulsachtig karakter vertoont, dan worden de in bijlage 4.5.5
bij dit besluit aangegeven richtwaarden toegepast op de
toepasselijke waarde. De toepasselijke waarde voor nieuwe
inrichtingen is de in bijlage 4.5.4 bij dit besluit aangegeven
richtwaarde verminderd met 5 en voor bestaande inrichtingen de
in bijlage 4.5.4 bij dit besluit aangegeven richtwaarde.
§ 7. De voorwaarden vermeld in deze afdeling
worden schematisch weergegeven in de beslissingsschema's
4.5.6.4 en 4.5.6.5 in bijlage 4.5.6 bij dit reglement.
AFDELING 4.5.6
BIJZONDERE VOORWAARDEN
Art. 4.5.6.1. § 1. De vergunningverlenende
overheid kan strengere grenswaarden en meetomstandigheden
opleggen voor het specifieke geluid voortgebracht door
inrichtingen van klasse 1 of 2 gelegen in de nabijheid van
stiltebehoevende instellingen of zones.
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt
verstaan onder:
1° "stiltebehoevende instellingen":
gebouwen waar omwille van de functie en het gebruik ervan het
geluid in de omgeving steeds moet beperkt worden; dit zijn
inzonderheid bejaardentehuizen, ziekenhuizen, scholen en
gelijkaardige;
2° "stiltebehoevende zones": zones
waar omwille van de functie ervan het geluid in de omgeving al
of niet tijdelijk moet beperkt worden; deze zones omvatten
inzonderheid de woongebieden en de natuurgebieden met een
wetenschappelijke waarde, volgens het gewestplan of een
ruimtelijk uitvoeringsplan, alsook de erkende natuur- en
bosreservaten.
§ 2. De grenswaarden, 'bedoeld in § l,'
kunnen ofwel buitenshuis ofwel, in geval van inrichtingen die
een gemene muur en/of vloer hebben met bewoonde vertrekken
binnenshuis worden opgelegd en dit zowel voor overdag, 's
avonds als 's nachts.
§ 3. Als het geluid van een inrichting een
incidenteel, fluctuerend, intermitterend of impulsachtig
karakter vertoont kunnen strengere grenswaarden aan dit geluid
worden opgelegd in de nabijheid van de stiltebehoevende
instellingen of zones, bedoeld in § 1.
§ 4. Bij overtreding van de in de
milieuvergunning overeenkomstig dit artikel opgelegde
bijzondere voorwaarden kan de vergunningverlenende overheid,
op advies van de afdeling Milieuvergunningen voor inrichtingen
van de lste klasse en van de afdeling Milieuvergunningen en de
gemeentelijke milieuambtenaar voor inrichtingen van de 2de
klasse, een saneringsplan ter uitvoering opleggen
overeenkomstig de bepalingen van bijlage 4.5.3 bij dit
besluit.".
Art. 243. Aan deel 5 van hetzelfde besluit
wordt een hoofdstuk 5.57 "Vliegvelden" toegevoegd
dat luidt als volgt:
HOOFDSTUK 5.57
VLIEGVELDEN
AFDELING 5.57.1
ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 5.57.1.1. § 1. De bepalingen van dit
hoofdstuk zijn van toepassing op de inrichtingen bedoeld in
rubriek 57 van de indelingslijst. Zij zijn niet van toepassing
op militaire vliegvelden.
§ 2. Tenzij anders bepaald in de
milieuvergunning zijn de bepalingen van hoofdstuk 4.5 niet van
toepassing op de inrichtingen bedoeld in rubriek 57 van de
indelingslijst.
§3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk
worden de luchtvaartuigen ingedeeld in vijf geluidscategorieën
overeenkomstig het ministerieel van 23 januari 1998 tot
vaststelling van de verdeling van de luchtvaartuigen in
geluidscategorieën (BS. van 31 januari 1998).
Art. 5.57.1.2. § 1. Rondom een vliegveld,
ingedeeld in de eerste klasse, worden drie soorten
geluidscontouren berekend:
1° LDN-geluidscontouren ter bepaling van
het aantal potentieel sterk gehinderden:
waarin:

T = aantal seconden in 24 uren
Nd = aantal vliegtuigbewegingen overdag op een
gemiddelde dag op jaarbasis
Nn = aantal vliegtuigbewegingen 's nachts op
een gemiddelde dag op jaarbasis
i = index die de i-de gemiddelde
vliegtuigbeweging overdag weergeeft
j = index die de j-de gemiddelde
vliegtuigbeweging 's nachts weergeeft
Lae(x) = SEL (Sound Exposure Level)
resulterend uit de vliegtuigbeweging x, uitgedrukt in
dB(A).
dag = periode van 06:00h tot 23:00h
nacht = periode van 23:00h tot 06:00h
2° Laeq, dag, geluidscontouren voor een
weergave van de geluidsbelasting overdag

waarin:
T = aantal seconden gedurende de dag
Nd = aantal vliegtuigbewegingen overdag op een
gemiddelde dag op jaarbasis
i = index die de i-de gemiddelde
vliegtuigbeweging overdag weergeeft
Lae(i) = SEL (Sound Exposure Level)
resulterend uit de i-de vliegtuigbeweging, uitgedrukt in
dB(A).
dag = periode van 06:00h tot 23:00h
3° LAeq, nacht geluidscontouren voor een
weergave van de geluidsbelasting 's nachts:

T = aantal seconden gedurende de dag
Nd = aantal vliegtuigbewegingen s' nachts op
een gemiddelde dag op jaarbasis
j = index die de j-de gemiddelde
vliegtuigbeweging 's nachts weergeeft
Lae(j) = SEL (Sound Exposure Level)
resulterend uit de j-de vliegtuigbeweging, uitgedrukt in
dB(A).
nacht = periode van 23:00h tot 06:00h
§ 2. Tenzij anders vermeld in de
milieuvergunning moeten ten minste de volgende
geluidscontouren berekend worden:
1° de LDN-geluidscontouren van 55, 60, 65, 70
en 75 dB(A);
2° de LAeq,dag-geluidscontouren van 55, 60,
65, 70 en 75 dB (A);
3° de LAeq,nacht-geluidscontouren van 55, 60,
65, 70 en 75 dB(A)
§ 3. De geluidscontouren worden berekend met
het simulatieprogramma "Integrated Noise Model"
(INM) versie 5.1 of met een recentere versie van de
Amerikaanse "Federal Aviation Administration" (FAA).
§ 4. Twee opeenvolgende geluidscontouren
bakenen een geluidszone af.
§ 5. Binnen de verschillende LDN-contourzones
wordt het aantal potentieel sterk gehinderden bepaald. Tenzij
anders bepaald in de milieuvergunning gebeurt de bepaling van
het aantal" potentieel sterk gehinderden op basis van
volgende formule.
% sterk gehinderden = 0,0684*(LDN-42 )2.
AFDELING 5.57.2
BIJZONDERE VOORWAARDEN
Art. 5.57.2.1. § 1. In de milieuvergunning
kunnen voorwaarden worden opgelegd die het landen en/of het
opstijgen beperken van luchtvaartuigen ingedeeld in bepaalde
geluidscategorieën.
§ 2. Voor wat de luchthaven Brussel-Nationaal
betreft moet de vergunningverlenende overheid bij het
vaststellen van de voorwaarden die in de milieuvergunning
worden opgelegd het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen,
overeenkomstig hetwelk geen enkele overheid bij het voeren van
het beleid dat haar is toevertrouwd, zonder dat daartoe een
minimum aan redelijke gronden voorhanden is, zo verregaande
maatregelen mag treffen dat een andere overheid het buitenmate
moeilijk krijgt om het beleid dat haar is toevertrouwd
doelmatig te voeren.
Art. 5.57.2.2. § 1. De exploitant van een
vliegveld, ingedeeld in de eerste klasse, laat binnen een
termijn van 18 maanden na de datum waarop de eerste
milieuvergunning voor de exploitatie of belangrijke
verandering van het vliegveld wordt verleend, op zijn kosten
en in zijn opdracht door een milieudeskundige, erkend in de
discipline geluid, rondom het vliegveld de geluidscontouren en
de hierbij horende geluidszones als bedoeld in artikel,
5.57.1.2 berekenen.
§ 2. De geluidszones, bedoeld in § 1, worden
aangegeven op een plan op schaal 1/25.000.
De exploitant bezorgt een exemplaar van dit
plan
1° aan de afdeling Milieuvergunningen van de
AMINAL;
2° aan de afdeling Milieu-inspectie van de
AMINAL;
3° aan de Bestendige Deputatie van de
provincie(s) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken;
4° aan het college van burgemeester en
schepenen van de gemeente(n) waarover de geluidscontouren zich
uitstrekken.
|