|
Vergunning
Deurne luchthaven (AMV/00074387/1001)
Besluit
van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw houdende
uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing nr.
Mlakt/0000000001/lds/1h van 24 februari 2000 van de Bestendige
Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen houdende aktename
van de milieuvergunningsaanvraag geldend als vergunning aan de
internationale luchthaven Antwerpen, Luchthavenlei, 2100
Antwerpen (Deurne), om terreinen voor vliegvelden met een
start- en landingsbaan van 1.510 m gelegen te 2100 Antwerpen
(Deurne), Luchthavenlei, verder te exploiteren.
De
Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw
Gelet
op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de
milieuvergunning, zoals gewijzigd bij de decreten van 7
februari 1990, 12 december 1990, 21 december 1990, 22 december
1993, 21 december 1994, 8 juli 1996, 21 oktober 1997 en 18 mei
1999;
Gelet
op het besluit van 6 februari 1991 van de Vlaamse regering
houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de
Milieuvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse
regering van 27 februari 1992, 28 oktober 1992, 27 april 1994,
01 juni 1995, 26 juni 1996, 22 oktober 1996, 12 januari 1999
en het decreet van 18 mei 1999;
Gelet
op het besluit van l juni 1995 van de Vlaamse regering
houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
zoals gewijzigd bij de besluiten van de regering van 06
september 1995, 26 juni 1996, 03 juni 1997, 17 december 1997
(twee besluiten), 24 maart 1998, 06 oktober 1998, 19 januari
1999 en 3 maart 2000;
Gelet
op het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse
regering;
Gelet
op de ontvankelijk bevonden beroepen van:
 | het gemeentebestuur van Borsbeek, de Robianostraat 64, 2150
Borsbeek;
|
 | het
stadsbestuur van Mortsel, Liersesteenweg 1, 2640
Mortsel;
|
aangetekend tegen de beslissing nr.
MLAKT/0000000001/LDS/lh van 24 februari 2000 van de bestendige
deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende:
 |
aktename van de milieuvergunningsaanvraag geldend als
vergunning voor een termijn verstrijkend op 24 februari
2005 aan de Internationale Luchthaven Antwerpen,
Luchthavenlei, 2100 Antwerpen (Deurne), om terreinen voor
vliegvelden met een start- en landingsbaan van 1.510 m
gelegen te 2100 Antwerpen (Deurne), Luchthavenlei, verder
te exploiteren;
|
 | verlenging
van de beslissingstermijn met betrekking tot de
vergunningsaanvraag voor de overige inrichtingen;
|
Gelet op het attest bedoeld in
artikel 31, § 4 van titel I van het VLAREM waaruit blijkt dat
de voormelde beroepen beslissing aan de adviesverlenende
overheidsorganen werd verzonden op 12 april 2000;
Gelet op het feit dat voormelde
beroepen werden ontvangen op 11 mei 2000 en ontvankelijk
werden bevonden op 19 mei 2000;
Gelet op het feit dat voormelde
beroepindiener de volgende aanspraken en bezwaren doet gelden
Gelet op het horen op 30 juni 2000
door de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie van de
aanvrager, die bij dit horen de argumenten van de beroepers
poogt te weerleggen en inzonderheid benadrukt :
Gelet op het gunstige advies van 20
juni 2000 van de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen van
de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en
Monumenten en Landschappen van het departement Leefmilieu en
infrastructuur ;
Gelet op het voorwaardelijk
gunstige advies van 29 juni 2000 van de afdeling
Milieuvergunningen van de administratie Milieu-, Natuur-,
Land- en Waterbeheer van het departement Leefmilieu en
Infrastructuur :
Gelet op het advies van 30 juni
2000 van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie;
Gelet op de ligging van de
inrichting in een gebied aangeduid als "Vliegveld van
Deurne" volgens het gewestplan Antwerpen vastgesteld bij
koninklijk besluit van 3 oktober 1979;
Overwegende dat vanuit oogpunt van
de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten gesteld kan
worden dat de exploitatie van de inrichting die het voorwerp
van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt,
verenigbaar is met de toepasselijke ruimtelijke en
stedenbouwkundige voorschriften;
Overwegende dat onderhavig beroep
in hoofdzaak betrekking heeft op de verdere exploitatie van
het vliegveld van Deurne;
dat het hier gaat om een vliegveld
dat na inbedrijfstelling vergunningsplichtig is geworden door
aanvulling van de VLAREM-indelingslijst; dat onderhavige
milieuvergunningsaanvraag overeenkomstig artikel 38 van titel
I van het VLAREM werd ingediend op 28 oktober 1999, zijnde
binnen de termijn van 6 maanden na de inwerkingtreding op l
mei 1999 van de nieuwe VLAREM-indelingsrubriek 57; dat volgens
hetzelfde artikel 38 van titel I van het VLAREM voor de
aanvraag met betrekking tot deze vergunningsplichtig geworden
inrichting een vereenvoudigde procedure geldt;
dat de milieuvergunnningsaanvraag
daarnaast ook nog een aantal andere onderdelen betreft waarop
de vereenvoudigde procedure van voormeld artikel 38 niet van
toepassing is; dat conform de bestreden beslissing voor deze
onderdelen de klassieke procedure met inzonderheid een
openbaar onderzoek wordt gevolgd; dat onderhavig beroep aldus
enkel handelt over de verdere exploitatie van het terrein voor
vliegveld als bedoeld in de VLAREM-indelingsrubriek 57.1.1°;
Overwegende dat ten aanzien van het
gebruik van de luchthaven dient verwezen worden naar de
beslissing van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000, waarbij
goedkeuring gegeven werd aan de twee bijlagen horend bij de
nota VR/2000/2306/DOC.0558;
dat deze nota handelt over de
management sovereenkomst voor de regionale luchthavens van
Oostende en Deurne; dat bijlage l de inhoud van het
management-plan voor de luchthaven Deurne bevat en bijlage 2
het ontwerp van milieuplan; dat hieruit blijkt dat de Vlaamse
Regering de luchthaven van Deurne wenst in te zetten voor
volgende categorieën van vluchten :
·
geregelde vluchten
o
regelmatige vlucht : passagiers- of
vrachttransportdienst volgens regelmatig uurrooster
o
ontdubbelingsvlucht
·
zakenvluchten
o
luchttaxi
o
zakenvlucht
·
andere vluchten
o
af- en omleidingsvlucht
o
militaire vlucht
Overwegende dat de klassieke
geluidsnörmen voor ingedeelde inrichtingen, zoals vastgesteld
door het hoofdstuk 4.5 van titel II van het VLAREM, volgens
artikel 5.57.1.1, § 2 van titel II van het VLAREM niet van
toepassing . zijn op vliegvelden, tenzij anders bepaald in de
milieuvergunning; dat gelet op de specifieke aard van de
geluidshinder inherent aan de exploitatie van een vliegveld
als bedoeld in onderhavige aanvraag en beroep, deze
geluidshinder momenteel dient te worden beoordeeld op basis
van de benadering vooropgesteld in de specifiek voor
vliegvelden ter zake voorziene sectorale normen van hoofdstuk
5.57 van titel II van het VLAREM;
Overwegende dat de beroepen
eigenlijk in grote mate betrekking hebben op de geluidshinder;
dat rekening houdend met de aard van de hinder inherent aan de
exploitatie van een dergelijk
vliegveld, voor de beoordeling van
deze hinder een bijzondere aandacht moet gaan naar een
beheersing van de geluidsbelasting;
Overwegende dat in artikel
5.57.1.2. van titel II van VLAREM drie soorten
geluidscontouren zijn voorzien, met name
Overwegende dat de exploitant in
zijn aanvraag vermeldt dat het vliegveld gesloten is tussen
23.00 uur en 06.30 uur, met uitzondering voor urgente medische
vluchten; dat er bijgevolg in feite geen geplande
nachtvluchten zijn; dat het trouwens niet verantwoord zou zijn
nachtvluchten toe te staan gelet op de onmiddellijke nabijheid
van de agglomeratie Antwerpen/dat het om dezelfde redenen past
expliciet de bijkomende voorwaarde op te leggen dat geen
vliegbewegingen mogen plaatshebben tussen 23.00 uur en 06.30
uur met uitzondering van:
 |
urgente medische vluchten;
|
 | landende
vliegtuigen in vertraging, waarvan de landing gepland was
ten laatste om 22.30 uur;
|
dat het met het oog op een controle
opportuun is op te leggen dat de exploitant over deze
uitzonderlijke nachtelijke vliegbewegingen driemaandelijks
rapporteert aan de afdeling Milieu-inspectie;
Overwegende dat het voor een
opvolging van de geluidssituatie noodzakelijk is dat de twee
relevante geluidscontouren, zoals bedoeld in artikel 5.57.1.2.
van titel II van het VLAREM jaarlijks berekend worden (LDN, LAeq,dag);
Overwegende dat runway 29 (dit is
de startbaan vertrekkend vanaf de Krijgsbaan) in 70 % van de
gevallen wordt gebruikt, dat dit te maken heeft met het feit
dat zowel landingen en opstijgingen bij voorkeur plaatsvinden
tegengesteld aan de heersende windrichting; dat m.a.w.
opstijgingen vooral plaatsvinden in de richting van de
stadskern van Antwerpen en de landingen uitgevoerd worden
vanuit oostelijke richting; dat de geluidsproductie bij
opstijgen in principe aanzienlijk groter is dan bij landingen;
Overwegende dat er in het
aanvraagdossier geen gegevens gevoegd zijn inzake de
geluidsimissie in de omgeving van de luchthaven;
Overwegende dat er in 1998 in
totaal 62.462 bewegingen werden uitgevoerd (opstijgingen of
landingen); dat dit neerkomt op een gemiddelde van 171
bewegingen per dag; dat deze cijfers handelen over de
lijndiensten, charters en "general aviation";
Overwegende dat er in 1999 door de
vzw Milieu en Veiligheid i.o.v. de exploitant een
Milieu-effect-rapport (MER) werd opgemaakt n.a.v. een
mogelijke verlenging van de startbaan;
dat volgende feitelijke gegevens
uit dit rapport bij de beoordeling van dit dossier relevant
zijn
Overwegende dat er in 1995 door de
Afdeling wegenbouwkunde van het ministerie van de Vlaamse
Gemeenschap metingen werden uitgevoerd rond de luchthaven; dat
hierbij hoge maxima werden vastgesteld, meer bepaald aan de
Bikschotelaan 130 in Berchem (102,3 dB(A)), Vosstraat 286
(97,9 dB(A)), de speelplaats van de Steinerschool in Berchem
(97,6 dB(A)) en de Oude Haegevelde - Middle marker te Borsbeek
(95,2 dB(A)); al deze waarden zijn uitgedrukt als LA,max;
Overwegende dat in het najaar van
1997 opnieuw geluidsmetingen werden uitgevoerd door LMS
Engineering Services i.o.v. de Participatiemaatschappij
Vlaanderen, waarbij gebruik werd gemaakt van dezelfde
meetposten als voor de hiervoor vermelde meetsessie van 1995;
dat hieruit bleek dat er maximale geluidsniveau's voorkwamen
tot 94,3 dB (A), uitgedrukt als LAmax (meetpunt
Oude Haegevelde) te Borsbeek; dat er op drie plaatsen waarden
boven 90 dB(A) werden genoteerd die gecorreleerd zijn aan een
overvlucht van een vliegtuig, zijnde de speelplaats van de
Steinerschool, gelegen te Berchem, de Ruimtevaartlaan 41 te
Deurne en de Oude Haegevelde (Middie marker) te Borsbeek; dat
alle overige metingen waarden laten noteren van 77,4 tot 88,8
dB (A) (LA,max);
Overwegende dat de inrichting langs
drie zijden omringd is door woongebied; dat diverse straten in
Berchem pal in het verlengde van de startbaan 29 liggen, en
dit binnen een afstand van 1.000 meter vanaf het einde van
vernoemde piste (Vosstraat, Zemststraat, Wijtschatestraat,
Bikschotestraat, Ramskapellestraat); de woningen langsheen de
Bikschotestraat liggen op 700 meter van het einde van de
startbaan 29;
Overwegende dat uit het vernoemde
MER blijkt dat er binnen de LDN-contour van 55 dB(A) 4 scholen
gelegen zijn; dat daarenboven, ten zuidwesten palend aan het
luchthaventerrein er een ziekenhuis is gevestigd; dat
voornoemde inrichtingen als stiltebehoevende instellingen
dienen beschouwd te worden;
Overwegende dat uit het MER
eveneens blijkt dat er in Nederland, Denemarken en Zweden geen
nieuwe woonzones gepland zouden worden in gebieden binnen de
geluidscontour LDN van 55 dB (A);
Overwegende dat om hoger vermelde
redenen het aangewezen is het aantal potentieel sterk
gehinderden, alsook het aantal inwoners binnen enerzijds de
LDN-contour van 55 dB(A) en anderzijds de LAeq,dag-contour
van 55 dB(A), niet te laten stijgen; dat hiertoe echter meer
recente meetgegevens en contourberekeningen noodzakelijk zijn;
dat er echter hoe dan ook moet uitgegaan worden van een
stand-still t.o.v. het jaar 2000;
Overwegende dat de exploitant
daarom tegen uiterlijk 30 april 2001, op zijn kosten en in
zijn opdracht, door een milieudeskundige de geluidscontouren
voor het jaar 2000 dient te berekenen;
Overwegende dat het daarenboven
noodzakelijk is dat de geluidscontouren en het aantal
potentieel sterk gehinderden, zoals bedoeld in artikel
5.57.1.2. van titel II van het VLAREM, jaarlijks berekend
worden (LDN en LAeq,dag);
Overwegende dat er een Europese
Richtlijn in de maak is inzake harmonisatie van de
beoordelingscriteria voor o.m. vliegtuiglawaai; dat er twee
nieuwe beoordelingscriteria door Europa zijn uitgewerkt,
zijnde Lden en Lnight (ontwerp
EU-richtlijn over omgevingslawaai) :
Waarin
dat het aangewezen is dat vanaf
2002, dus gebaseerd op de gegevens van 2001, de
geluidscontouren eveneens (bijkomend) berekend worden in de
grootheid Lden;
Overwegende dat de exploitant
meetposten dient te plaatsen teneinde het specifiek geluid van
de inrichting op een adequate manier te kunnen beoordelen; dat
het minstens moet mogelijk zijn met deze apparatuur
vluchtgerelateerde geluidsmaxima vast te stellen, alsook de
nodige gegevens ter bepaling van de grootheden LDN, Lden
en Laeq,dag; dat er daarom binnen een
termijn van vijf maand na het afleveren van de vergunning
minstens twee vaste meetposten per aanvlieg- en/of
opstijgroute moeten operationeel zijn; dat de keuze van het
aantal en de plaats van de meetposten dient beoordeeld te
worden in samenspraak met en met de goedkeuring van een erkend
deskundige in de discipline geluid;
Overwegende dat de exploitant
daarenboven een saneringsstudie dient te laten uitvoeren om
het aantal potentieel ernstig gehinderden maximaal te
beperken;
Overwegende dat het noodzakelijk is
dat de exploitant een overlegorgaan opricht tussen de
omwonenden, de gemeentebesturen, de Bestendige Deputatie en
een vertegenwoordiger van een overkoepelende milieuvereniging;
Overwegende dat de aanspraken en
bezwaren van de beroepsindieners, die door de vorige
overwegingen nog niet expliciet zijn weerlegd, als volgt
kunnen worden geëvalueerd:
Overwegende dat de
milieuvergunningsaanvraag om bovenvermelde redenen gunstig kan
geadviseerd worden voor een termijn van 5 jaar;
Overwegende dat gesteld kan worden
dat de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de
effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op
de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde
exploitatie, mits naleving van de
milieuvergunningsvoorwaarden, tot een aanvaardbaar niveau
kunnen worden beperkt;
Overwegende dat er bijgevolg
aanleiding toe bestaat de beroepen gedeeltelijk gegrond te
verklaren en de bestreden beslissing te wijzigen;
BESLUIT
Artikel l. De ontvankelijk bevonden
beroepen van:
het gemeentebestuur van Borsbeek,
de Robianostraat 64, 2150 Borsbeek;
het stadsbestuur van Mortsel,
Liersesteenweg l, 2640 Mortsel;
aangetekend tegen de beslissing nr.
MLAKT/0000000001/LDS/lh van 24 februari 2000 van de bestendige
deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende:
 |
aktename van de milieuvergunningsaanvraag geldend als
vergunning voor een termijn verstrijkend op 24 februari
2005 aan de Internationale Luchthaven Antwerpen,
Luchthavenlei, 2100 Antwerpen (Deurne), om terreinen voor
vliegvelden met een start- en landingsbaan van 1.510 m
gelegen te 2100 Antwerpen (Deurne), Luchthavenlei, verder
te exploiteren;
|
 | verlenging
van de beslissingstermijn met betrekking tot de
vergunningsaanvraag voor de overige inrichtingen, |
worden gedeeltelijk gegrond
verklaard
Art. 2.
De bestreden beslissing nr. MLAKT/0000000001/LDS/lh van 24
februari 2000 van de bestendige deputatie van de provincieraad
van Antwerpen houdende aktename van de
milieuvergunningsaanvraag geldend als vergunning voor een
termijn verstrijkend op 24 februari 2005 aan de Internationale
Luchthaven Antwerpen, Luchthavenlei, 2100 Antwerpen (Deurne),
om terreinen voor vliegvelden met een start- en landingsbaan
van 1.510 m gelegen te 2100 Antwerpen (Deurne), Luchthavenlei,
verder te exploiteren,
wordt gewijzigd als volgt
artikel 3, 3. "Bijzondere
:" wordt vervangen door
1.
Gedurende de periode van 23 tot 6 u 30 uur is het vliegveld
gesloten voor alle luchtverkeer met uitzondering voor urgente
medische vluchten en landende vliegtuigen met vertraging,
waarvan de landing op de Internationale Luchthaven Antwerpen
is gepland om ten laatste 22.30 uur. Een verslag over deze
nachtelijke vluchten dient driemaandelijks overgemaakt te
worden aan de afdeling Milieu-inspectie.
- Ten
laatste tegen 30 april 2001 laat de exploitant, op zijn
kosten en in zijn opdracht, door een milieudeskundige in
de discipline geluid de geluidscontouren voor het jaar
2000 berekenen.
- De
geluidscontouren en het aantal potentieel ernstig
gehinderden, bedoeld in artikel 5.57.1.2. van titel II van
het VLAREM, moeten jaarlijks worden berekend telkens voor
het voorbije jaar (LDN en LAeq.dag)
- Vanaf
2002, dus gebaseerd op de gegevens van 2001, dienen de
geluidscontouren eveneens bijkomend berekend in de
grootheid Lden, met als tijdsperioden :
dag:
07u-19u, avond: 19u-23u, nacht: 23u-07u, en waarbij
waarin
5.
De exploitant installeert tegen l januari 2001 een
overlegcommissie die aan volgende minimale criteria dient te
beantwoorden:
Inzake samenstelling
Max. 2 vertegenwoordigers per volgende gemeente:
Antwerpen (districten Deurne en Bechem), Borsbeek, Boechout en
Mortsel
Max. 2 vertegenwoordigers van de Bestendige Deputatie
Max. 1 vertegenwoordiger van de omwonenden per betrokken
gemeente (Antwerpen, Borsbeek, Boechout en Mortsel), hiertoe
uitdrukkelijk gemandateerd door de respectieve Milieu- en
Natuurraden van de betrokken gemeenten
1 vertegenwoordiger van de Bond Beter Leefmilieu Max. 4
vertegenwoordigers van de exploitant
Desgevallend kunnen erkende geluidsdeskundigen of
betrokken afdelingen van AMINAL op vergaderingen van deze
commissie uitgenodigd worden.
Inzake vergaderfrequentie
De exploitant van de inrichting is ertoe gehouden de leden
van de commissie minstens één maal per kwartaal op te roepen
voor overleg. Bijkomende vergaderingen kunnen doorgaan op
vraag van minimaal 1/3 van de hoofdelijke vertegenwoordigers.
Van elke vergadering ontvangen de leden een goedgekeurd
verslag.
Inzake inzagerecht
Minstens volgende documenten dienen ter inzage te worden
gehouden:
 |
de (vluchtgerelateerde) meetgegevens van het
geluidsmeetnet; |
 |
het klachtenregister; |
 |
een overzicht van de uitzonderlijk uitgevoerde
nachtvluchten.
|
Inzake doelstelling
Deze overlegcommissie heeft als minimale doelstelling de
klachten van omwonenden te inventariseren, mogelijkheden ter
oplossing voor te stellen, en de omwonenden en de overheden in
te lichten over de reeds gevoerde en de te voeren
milieupolitiek.
Er dient een register van alle klachten bijgehouden te
worden.
Deze commissie kan of mag geenszins een vervangende
toezichtstaak uitoefenen.
6.
Binnen de vijf maand na ondertekening van dit besluit dient
de exploitant, in samenspraak met en met goedkeuring van \
een erkend deskundige in de discipline geluid, vaste ,-
meetposten te voorzien (minstens twee meetposten per
(aanvlieg- en/of opstijgroute). Deze meetposten moeten
minimaal in staat zijn om op continue basis metingen te
verrichten en gegevens te verschaffen ter bepaling van
 |
de vluchtgerelateerde geluidsmaxima, uitgedrukt in LA,max
en SEL |
 |
de grootheden Lden, LAeq en LDN
|
7.
De geluidscontouren en de berekening van het aantal
potentieel ernstig gehinderden, bedoeld in 2, en de
gegevens van het geluidsmeetnet worden door de exploitant
bezorgd aan de afdeling Milieuvergunningen, de
vergunningverlenende overheid, de bestendige deputatie, het
College van burgemeester en schepenen van de vier in punt 5
vermelde gemeentes, de afdeling Milieu-inspectie en de
afdeling AMINABEL.
- Cumulatief
mag én het aantal potentieel ernstig gehinderden, én het
aantal inwoners binnen de LDN-geluidscontour van 55 dB(A),
én het aantal inwoners binnen de LAeq,dag-contour
van 55 dB (A) niet stijgen t.o.v. het referentiejaar 2000.
- uiterlijk
binnen één jaar na ondertekening van onderhavig besluit
legt de exploitant aan de vergunningverlenende overheid,
alsook aan de Afdelingen algemeen milieu- en natuurbeleid,
milieuvergunningen en -inspectie een saneringsstudie voor
om het aantal potentieel ernstig gehinderden maximaal te
verminderen; hierbij dienen minstens volgende elementen
onderzocht:
 |
maatregelen ter beperking van de geluidsoverlast in de vroege
ochtenduren en tussen 22 en 23 u |
 |
beperking
van het gebruik van terugstuwing van de motoren
|
10.
Uiterlijk binnen zes maanden na ondertekening van onderhavige
vergunning dient een milieucoördinator van het tweede niveau
te worden aangesteld voor de activiteiten die het voorwerp
uitmaken van onderhavige vergunning."
Art.
3. De overige bepalingen van het beroepen besluit
worden bevestigd.
Art.
4. Dit besluit wordt genoteerd in de rand van het
notulenboek van de bestendige deputatie tegenover de
notulering van de bestreden beslissing.
Brussel,
de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw,
Vera DUA
|