Milieuraad van de stad Antwerpen: Advies
aangaande de uitbreiding van de luchthaven van Deurne van 18
juni 1998.
Dit advies werd bij consensus goedgekeurd
ter vergadering van 18 juni 1998 mits opname van een
minderheidsstandpunt van het ACV.
1. Inleiding
De toekomst van de luchthaven van Deurne is
reeds lang omstreden. In het gewestplan staat ze aangeduid als
zone van openbaar nut met als nabestemming park. De laatste
maanden is er opnieuw sprake van de verlenging van de
startbaan.
2. Rentabiliteit luchthaven Deurne en noodzaak
verlenging startbaan
De laatste jaren kent Deurne steeds meer
een leegloop: eerst heeft Sabena zijn cargo weggetrokken en
daarna zijn fijn naar Londen-Heathrow, omwille van
rationalisering met concentratie in Zaventem. In dezelfde
rationaliseringsbeweging maar deze keer met betrekking tot
Gatwick trok CityFlyer Express (dochtermaatschappij van
British Airways) zijn vluchten op Deurne gedeeltelijk terug.
En tenslotte doekte VLM zijn nieuwe lijn op München op bij
gebrek aan interesse. In al deze gevallen stond de lengte van
de startbaan niet rechtstreeks in verband met de genomen
beslissingen. Die lengte heeft trouwens niet zo'n grote
invloed op het mogelijk aantal passagiers, zoals de luchthaven
van Londen City bewijst met een startbaan van nog geen 1.200 m
en 725.900 passagiers in 1996 met een stijging tot ongeveer
1.000.000 passagiers in 1997.
De milieuraad twijfelt ten zeerste aan de
economische leefbaarheid van de luchthaven van Deurne daar
deze sinds haar ontstaan altijd verlies heeft geleden. Daar
bovenop worden nu opnieuw belangrijke investeringsbedragen
gevraagd voor een verlenging van de startbaan. De milieuraad
heeft zijn bedenkingen bij de bewering dat er een noodzaak zou
zijn om de startbaan te verlengen: de luchthaven situeert zich
temidden van belangrijke woonzones en de vluchten zullen
plaats vinden boven een gebied met meer dan 500.000 inwoners.
Ook in het structuurplan Vlaanderen wordt geen gewag gemaakt
van de noodzaak tot verlenging van de startbaan.
De milieuraad wil een aantal bedenkingen
plaatsen bij de Dimarso-enquéte. Er werden in totaal 1.500
inwoners uit Antwerpen ondervraagd, 100 uit Borsbeek, 50
Mortsel en 50 uit Vremde-Boechout. Voor de milieuraad zijn de
belangrijkste vragen die omtrent de uitbreiding en de hinder.
Het is duidelijk dat er eigenlijk geen enquête
nodig was om te weten dat de resultaten zouden afhangen van de
afstand tot de luchthaven en de ondervonden hinder. Antwerpen
is voor, de omliggende gemeenten tegen. In Antwerpen zijn de
meeste tegenstanders te vinden in Berchem, met meer hinder en
niet zozeer in Deurne zelf, met relatief minder hinder. Voor
de milieuraad is het voornaamste bezwaar tegen de vraag
omtrent de uitbreiding dat die vraag volledig los van iedere
economische context werd gesteld.
Omtrent de ondervonden hinder komt de enquête
tot de conclusie dat in Antwerpen 13 % van de inwoners hinder
ondervindt. In de randgemeenten is dat gemiddeld 45 % (met een
piek van 64 % in Boechout). Twee belangrijke vaststellingen
dringen zich op:
Onder het globale gemiddelde cijfer van 13
% voor Antwerpen verbergt zich het concrete cijfer van 40 %
van de bevolking van Berchem die verklaart hinder te
ondervinden. Het is immers evident dat inwoners van bv.
Berendrecht geen hinder ondervinden van de luchthaven. De
studie geeft echter niet aan hoeveel van die gehinderden te
maken hebben met aanvaardbare hinder en hoeveel ervan met
onaanvaardbare hinder (d.i. hinder waarvoor ofwel de oorzaak
dient weggenomen te worden of waarvoor mitigerende maatregelen
dienen genomen te worden om de hinder terug te brengen tot een
aanvaardbaar niveau).
De eerder onschuldig ogende procentuele
cijfers - vooral de 13 % van Antwerpen - zijn heel wat
bedreigender als men ze concreet omrekent naar het enige wat
belang heeft, namelijk het aantal mensen die hinder ondervindt
of zal ondervinden. Toegepast op benaderende bevolkingscijfers
voor Antwerpen en de randgemeenten komt men op basis van de
enquête tot de vaststelling dat nu reeds meer dan 75.000
mensen hinder ondervinden van de luchthaven (52.000 in
Antwerpen en 23.000 in de randgemeenten). Om de luchthaven
rendabel te maken moet de trafiek op Deurne echter verdubbelen
(591.000 volgens de Studie Ernst & Young). Door dit
zwaardere gebruik zal, afgezien van eventueel kleinere
hinderverschuivingen tussen stad en randgemeenten, het aantal
gehinderden meer dan verdubbelen tot ver boven de 100.000
inwoners, inclusief bijna een derde dat "veel
hinder" zal ondervinden.
De enquête van Dimarso bevestigt dat aan
de uitbreiding van een luchthaven temidden van een
woonagglomeratie van meer dan 500.000 inwoners een
onbetaalbaar milieuprijskaartje hangt.
Tot nu toe zijn geen cijfers bekend omtrent
de veiligheid van de luchthaven en is de studie, besteld door
de Vlaamse Minister van Ruimtelijke Ordening, Eddy Baldewijns,
nog helemaal niet af. De milieuraad stelt zich dan ook vragen
bij het veiligheidsaspect. Het is duidelijk dat bij een
eventueel vliegtuigongeval de gevolgen veel groter zijn boven
een druk bevolkt gebied dan in het buitengebied. In die zin
moet grondig afgewogen worden of de gevolgen van een eventuele
crash opwegen tegen de voordelen van de luchthaven.
De milieuraad meent dat, nu uit een enquête
blijkt dat reeds 75.000 mensen gehinderd worden, niet meer kan
geargumenteerd worden dat de hinder van de luchthaven van
Deurne verwaarloosbaar is.
De door de luchthavenpromotoren vermelde
kostprijs van 1.100 miljoen voor de verlenging van de
startbaan wordt door de studie van Ernst & Young met 2.500
miljoen wel duidelijk in het rode-cijfer-perspectief
geplaatst.
Vastgesteld kan worden dat de omgeving van
de luchthaven veel hinder ondervindt van de sportvliegtuigjes
die er regelmatig rondtoeren. Vaak wijken deze af van de hen
toegestane vliegroutes en vliegen ze op te lage hoogte.
Klachten hieromtrent komen steeds terecht in dovemansoren,
vermits er kennelijk nooit gesanctioneerd wordt.
3. Advies van de milieuraad
1. Geen uitbreiding startbaan
De milieuraad is van oordeel dat het niet
zinnig is de startbaan te verlengen omdat de te verwachten
toename van het passagierscontingent niet dermate hoog is dat
een verlenging noodzakelijk zou zijn. Hij wijst de voorstellen
daartoe dan ook uitdrukkelijk af.
Uit het rapport van Ernst en Young blijkt
duidelijk dat het potentieel aantal passagiers voor de
Antwerpse luchthaven beperkt is tot 4 á 500 000. Bijgevolg
zijn scenario's met meer passagiers op voorhand gedoemd om te
mislukken. Dit beperkt het aantal gewenste scenario's. Het
rapport maakt hierdoor ook brandhout van de
privatiseringsplannen van de overheid. De verlenging van de
startbaan kan alleen een financiële "rendabele"
prognose voorleggen indien er zwaar bezuinigd wordt op de
brandweer- en politiediensten. Dit gegeven is nergens
gemotiveerd en wordt zowel door de directie als de werknemers
ter plaatste zwaar in twijfel getrokken. Er bestaat nu eenmaal
een internationale veiligheidswetgeving. In de ogen van de
milieuraad volstaat slechts één scenario: nl. de
optimalisatie van de huidige luchthaven. Bij optimalisatie
wordt o.a. verstaan: verhogen tarieven voor Charter,
passagiers en general aviation, parkeerinkomsten, verbeterde
marketing en promotiestrategie, enz). Dit is ook het scenario
wat de Vlaamse overheid op termijn het minste geld kost.
Aangezien er ernstige twijfel bestaat over
de rentabiliteit van de luchthaven en deze luchthaven bij een
aanzienlijk deel van de bevolking van Antwerpen regelmatig
geluidsoverlast bezorgt, is de milieuraad van mening dat zo
snel mogelijk werk moet geworden van het afbouwen van de
luchthaven en realiseren van de volgens het gewestplan
Antwerpen voorziene nabestemming tot parkzone.
Minderheidsstandpunt ACV: Het ACV wenst het behoud van
de luchthaven
Een economische metropool heeft een luchthaven nodig.
Het belang van de luchthaven staat voor ons als een paal boven
water. Niet alleen omwille van de rechtstreekse
werkgelegenheid van 500 werknemers, maar ook omwille van de
economische invloed en het imago van onze wereldhaven. Geen
enkel buitenlandse havenstad moet het stellen zonder
luchthaven. De Antwerpse luchthaven bewijst dagelijks zijn
cruciale rol voor de diamantsector.
Verdere vergelijkingen met buitenland tonen aan dat een
luchthaven met dezelfde startbaanlengte als Deurne wel
leefbaar is. Dit wordt ons ook bevestigd in kringen van
transporteconomen.
2. Mobiliteit vereist een globale aanpak
De milieuraad wenst een globale aanpak van
het Antwerpse mobiliteitsprobleem. Op de studiedag van het ACV
in mei rond rekeningrijden kon men een duidelijk betoog horen
om een extra inspanning voor Antwerpen te doen ten belope van
niet minder dan 40 miljard. Dit geld moet dringend geïnvesteerd
worden in infrastructuur voor wegen, openbaar vervoer en voor
de zwakke weggebruiker.
De milieuraad is er zich ten volle van
bewust dat de overheid dit geld niet heeft. Daarom vreest de
milieuraad dat investeringen in een uitbreiding van de
luchthaven ten koste zullen gaan van andere broodnodige
projecten. Dit is voor de milieuraad onaanvaardbaar.
3. Metingen geluidsoverlast
In afwachting van de realisatie van de
nabestemming, is het noodzakelijk dat er eindelijk metingen
gebeuren naar de door de vliegtuigen veroorzaakte
geluidsoverlast. Daarbij meten de vliegtuigtypes geïdentificeerd
worden die aanleiding geven tot de meeste hinder. Om deze
geluidsoverlast te reduceren tot acceptabele niveaus, ligt het
voor de hand de vliegtuigen te verbieden die deze hinder
veroorzaken.
Namens de milieuraad
Lucien De Ridder, secretaris
Johan Vandewalle, voorzitter