|
Technische nota inzake het project van A.A.C. (Antwerp Airport
Company) - 1999
Inleiding
Het is niet de bedoeling hier nog eens de fundamentele problematiek
inzake de luchthaven Deurne uit de doeken te doen. Dat hebben
de actiegroepen nu al 27 jaar lang gedaan en vastgelegd in een
reeks brochures en rapporten. Hun standpunten zijn: geen
ondertunneling en geen verlenging van de startbaan.
Het is wel de bedoeling de lopende procedure tot privatisering van
Deurne en de eerste door de kranten verspreide voorstellen en
prognoses te onderzoeken vanuit vier verschillende
perspectieven: een principiële evaluatie, een afweging van de
risico’s voor het Vlaams Gewest, een afweging van de
risico’s voor milieu en omgeving, en tenslotte een conclusie
met alternatieve oplossingen en een samenvatting van de
standpunten.
1. Principiële evaluatie van het privatiseringsofferte van A.A.C.
Met de procedure tot privatisering van de luchthaven Deurne wil het
Vlaams Gewest de kosten, de baten en dus ook de risico’s
overdragen aan een privé-exploitant.
Ondanks voorafgaande aankondigingen heeft geen enkel consortium van
Antwerpse bedrijven samen met havenbelangen gereageerd en van
de kant van bekende luchthavenexploitanten heeft enkel BIAC
wel een bod voor Oostende gedaan maar niet voor Deurne. Het
enige bod op Deurne komt via een "special purpose
company" opgericht door personen die het
luchtvaartbedrijf VLM controleren. Een vraag die zich daarbij
stelt is of het Vlaams Gewest met een dergelijke constructie
niet zal meewerken aan concurrentievervalsing t.o.v. andere
luchtvaartmaatschappijen. Het in de officiële offerteaanvraag
opgelegde principe van niet-discriminatie van andere
luchthavencliënten is in ieder geval niet vervuld, de
uitbater kan operationele maatregelen in zijn voordeel
opstellen en de controle van de uitbater op de naleving van
procedures dreigt ook wel erg selectief te worden.
 | De kandidaat concessiehouder stelt als eerste
voorwaarde dat de startbaan verlengd wordt tot 2000m,–
wat onbespreekbaar en onaanvaardbaar is voor de
actiegroepen, gemeentebesturen en omwonenden. Hij wil ook
helemaal niet participeren in de betreffende kosten. Hij
stelt ook een schaduwtolheffing voor waarmee het Vlaams
Gewest de kosten op zich zou nemen van de ondertunneling
van de Krijgsbaan.
|
 | Deze
zogezegde "alternatieve financiering" komt er op
neer dat het Vlaams Gewest wordt verplicht om een lening
bij de ING-Bank af te betalen over een periode van 30 jaar
ongeacht of de luchthaven ondertussen rendabel wordt of
niet.
|
 | Door
deze "schaduwtolheffing" aan het wegverkeer op
de Krijgsbaan te binden, zet men de zaken op zijn kop. De
ondertunneling is niet nodig voor dat wegverkeer, en zal
de files en de ongevallen op de Krijgsbaan helemaal niet
verhelpen, er komt trouwens nog een kruispunt - en trafiek
- voor de nieuwe ontsluitingsweg bovenop. Het besluit van
de mobiliteitsstudie(februari 1999) van het Ministerie van
de Vlaamse Gemeenschap is ter zake zeer duidelijk: "
De ondertunneling van de startbaan heeft nauwelijks effect
op de verkeersafwikkeling via de Krijgsbaan. De
gerealiseerde tijdswinst hier is verwaarloosbaar ten
opzichte van de tijdverliezen op de rest van het
traject." |
En hiervoor zou de Vlaamse overheid een bedrag van een
halve Euro per voertuig moeten betalen ( dat komt neer op 150 miljoen frank per
jaar)?
De ondertunneling is uitsluitend nodig om de
startbaan te verlengen en zou dus ten laste van de gebruikers
van de startbaan moeten vallen.
Ook voor de eigenlijke verlenging is het al te
gemakkelijk met een beroep op "openbare dienst" het
investeringsrisico voor de verlenging ook op het Vlaams gewest
af te schuiven. Het Vlaams Gewest heeft zijn openbare rol
inzake Deurne meer dan vervuld als het reeds een
basisinfrastructuur met een totale patrimoniale waarde van 3,4
miljard ter beschikking van de concessiehouder wil stellen
(cijfers Spiekerman-rapport). In de toelichting van de
gunningsprocedure werd gesteld dat voor een "domaniale
concessie" werd gekozen met de bedoeling alle verdere
risico’s voor de concessiehouder te laten. Het kan dus zeker
niet de bedoeling zijn om de patrimoniale waarde met minstens
nog eens 2 à 3 miljard te verhogen, zonder tussenkomst van de
concessiehouder.
Uit de beschikbare
inlichtingen kan niet opgemaakt worden of de concessiehouder
eigenlijk wel enig luchthavengebonden risico zal dragen. Het
is ook niet duidelijk wat de kosten en de opbrengsten zullen
zijn van het voorgestelde ‘business-park ".
Globaal moet de
kandidaat concessie-houder, op basis van de in art. 6 van de
offerteaanvraag vermelde gunningscriteria, een negatieve
beoordeling krijgen:
 |
financiële vergoeding (belang in de
beoordeling van 30 %): +/- nihil;
|
 | kwaliteit van het businessplan (belang in de beoordeling van 25 %):
onvoldoende
|
Op de 11 precieze vragen die in het
commercieel plan moesten beantwoord worden is ons geen enkel
concreet antwoord bekend.
Op
het financieel plan worden slechts gegevens verstrekt met
betrekking tot de aanloopperiode vóór de verlenging.
Voor
het personeelsplan gaat de inschrijver er ten onrechte van uit
dat het Vlaams Gewest gedurende 5 jaar het personeel
gedeeltelijk ter beschikking stelt:
 | De gevraagde referenties inzake uitbating van luchthavens zijn
onbestaande.
|
 | Bovendien kan de vraag worden gesteld of de inschrijver de nodige
morele, beroeps- en financiële waarborgen kan bieden,
zoals vereist in het lastenboek
|
3.2. Risico’s voor
het Vlaams Gewest
Met zijn voorstel tot
uitbating wentelt Antwerp Airport Company praktisch alle
risico’s op het Vlaams Gewest af. De fundamentele vraag is
dus wat het werkelijke, bewezen, potentieel is van Deurne om
rendabel te worden.
 |
In 1999 verzekeren slechts 2 lijnen de
ruggengraat van de exploitatie. Ze zullen binnenkort alle
twee ook door de HST kunnen bediend worden.
|
 | In
een tijdspanne van 4 jaar (1995-1998) werden 4 lijnen
opgericht en verdwenen er 6.
|
|
LIJN ANTWERPEN
|
Opgericht in het jaar
|
Afgeschaft in het
jaar
|
Gemiddelde
bezettingsgraad in %
|
|
Hannover (VLM)
|
1995
|
1995
|
1,90%
|
|
Eindhoven (VLM)
|
1996
|
1996
|
4,08%
|
|
Nice (VLM)
|
1996
|
1996
|
4,57%
|
|
München via Rotterdam (VLM)
|
1996
|
1997
|
29,63%
|
|
Londen Heathrow (Sabena)
|
1949
|
1997
|
56,93%
|
|
Londen Gatwick (City Flyers Express)
|
|
1998
|
55,34%
|
|
Bron: Statistisch jaarboek 1996 van de internationale luchthaven
Antwerpen – Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
Departement Leefmilieu en infrastructuur,
Administratie wegen en verkeer – afdeling
personenvervoer en luchthavens
|
Het Vlaams Gewest zou
uit de praktische ervaringen op Deurne in de periode 1995-1998
de les moeten trekken dat zogenaamde voorafgaande
marktonderzoeken met optimistische prognoses niet volstaan om
de vliegtuigen effectief met passagiers te vullen. De
mislukkingen zijn aan veel dieper liggende oorzaken te wijten
dan aan te kleine marketing-inspanningen of volgens de lobby
een te korte startbaan.
Zelfs het V.E.V. geeft
in haar studierapport (juli 1999) toe dat het beperkte
passagierspotentieel in Antwerpen ook het gevolg is van de
nabijheid van Zaventem en leidt daaruit af dat Deurne voor
zijn rendabiliteit eerder op zoek moet gaan naar
charterverkeer (onderverstaan van Zaventem dat zich sterker
zou concentreren op de lijnverbindingen) Het
"ontgaat" het VEV echter volledig dat hiervoor ook
verdere verlenging van de startbaan tot minstens 2500m zal
nodig zijn, nog langere openingsuren aan de orde zullen zijn
en dat er dan ook onoverkomelijke ecologische problemen
rijzen. Of gaat het hier opnieuw over de beproefde
salamistrategie? Eerst een zakenluchthaven forceren via een
motie in het Vlaams parlement om nadien op een
charterluchthaven aan te sturen.
Deurne zal wegens zijn
ligging altijd hopeloos geklemd blijven tussen ofwel
economische onleefbaarheid ofwel ecologische
onaanvaardbaarheid.
Is tot slot, Deurne
niet te veel met handicaps belast om ooit een rendabele
exploitatie te garanderen. Het Vlaams Gewest zou zijn
conclusies moeten trekken en zou beter investeren in andere
mobiliteitsprojecten.
3.3. De risico's voor
milieu en omgeving
We hebben geen
vertrouwen in optimistische marktprognoses. We hebben nog veel
minder vertrouwen in optimistische milieuprognoses. Ons
vertrouwen is volledig verdwenen tengevolge van de
voortdurende manipulatie van feiten en gegevens.
De verlenging van de
startbaan wordt voorgesteld als minder belastend voor de
omwonenden, vooral voor de noordelijke stadsgedeelten, terwijl
de concrete cijfers een toename vooropstellen van de
geluidshinder met niet minder dan 70 % en dit in een eerste
fase (Milieueffectenrapport – Uitbreiding van de luchthaven
van Deurne – Beperkte Milieu-Impactstudie – Eindrapport
door de vzw Milieu en Veiligheid, blz. 186).
Antwerp Airport Company
dient van de ene kant een milieurapport in met als
basis 402.800 passagiers (uit het Spiekerman-rapport)
maar baseert tegelijkertijd zijn economische rendabiliteitprognoses
op 800.000 passagiers per jaar.
Terwijl de voorliggende
studies vooropstellen dat er meer dan 8.000 inwoners in de
geluidscontouren van 55 decibel (en hoger)leven was er in een
vergelijkbare studie voor de vorige Vlaamse minister van
Verkeer sprake van 33.000 inwoners in dezelfde contouren.
Alle vergoelijkende -
en verkeerde - schijnargumenten ten spijt (kleine
zakenvliegtuigen, achtergrondlawaai, enz...) kan niemand
ontkennen dat alleen al de huidige lawaaihinder nu al bijna 27
jaar de verschillende actiegroepen rond Deurne sterk en
levendig houdt. Zoals de optimistische marktprognoses in 95-98
door de praktijk werden ontkracht, zo ook worden optimistische
milieuprognoses door de praktische ervaringen van de omwonende
tegengesproken waarbij we ook willen verwijzen naar de
concrete cijfers van de opiniepeiling naar de lawaaihinder in
de randgemeenten (in 1998 uitgevoerd door Dimarso voor de
Gazet van Antwerpen).
Met de uitbouw van
Deurne en een verlengde startbaan worden de risico’s voor
het aantal lawaaislachtoffer, milieu en omgeving in de
toekomst onvermijdelijk veel groter. Vooreerst wordt met de
ondertunneling de weg vrijgemaakt voor sommige
mammoetprojecten die al lang op een verborgen Antwerps
verlanglijstje staan.
 |
De plannen tot uitbouw van Deurne tot
"Brussels North International Airport" werden
reeds 10 jaar geleden door de GOM-Antwerpen op papier
gezet, en zullen onder een of andere vorm weer bovenkomen.
|
 | De
recente voorstellen van het V.E.V. (juli 1999) om in
symbiose met Zaventem de luchthaven Deurne op
charterverkeer te richten zullen vele
rendabiliteit-belletjes doen rinkelen.
|
Daarenboven zal voor
het eerst een privé exploitant onder hoge rendabiliteitdruk
niet de minste prioriteit geven aan ecologische overwegingen,
maar integendeel maximaal de praktische onbegrensde
exploitatie vrijheid uitbaten die hem in de offerteaanvraag
wordt toegezegd.
Tenslotte vestigen wij
nogmaals en dringend de aandacht op de toenemende
veiligheidsrisico’s die met een verdere uitbouw van Deurne
samenhangen. Zelfs bij verlenging, met name aan de stadszijde,
blijven er fundamentele veiligheidsrisico’s, die kunnen
leiden tot ongevallen met catastrofale gevolgen.
Wij stellen vast dat er
nu ook nog andere en veel groter veiligheidsproblemen
verzwegen worden met name die aan de stadszijde van de
startbaan, waar het ontbreken van een voldoende lange
bufferzone bij ongevallen tot catastrofale gevolgen kan
leiden. Die zone in het onmiddellijke verlengde van de
startbaan zou door onteigeningen tot minstens 1.000m lengte
(en 300m breedte) moeten uitgebreid worden. Of anders moet
Deurne het voorbeeld van andere vergelijkbare stadsluchthavens
in het buitenland volgen en uit het centrum verhuizen.
4. Conclusies en
alternatieve voorstellen
Het voorstel tot
privatisering A.A.C. -VLM kan wegens talrijke fundamentele en
principiële bezwaren, de zeer hoge kosten en risico’s die
op het Vlaams Gewest afgewenteld worden en de onmiskenbare
toekomstige milieu-risico’s die samenhangen met een uitbouw
van Deurne niet aanvaard worden.
Dat voorstel is ook
onaanvaardbaar op grond van het Ruimtelijk Structuurplan
Vlaanderen en op grond van de motie op 8 juli 1998 door het
Vlaams Parlement gestemd. Beide documenten zijn
beleidsbeslissingen, die de exploitatie van Deurne wegens zijn
intrinsiek onaangepaste ligging aan banden wil leggen, en die
in het voorstel van A.A.C. -VLM helemaal niet gerespecteerd
worden. (Sportvliegerij niet volledig afgebouwd, een
zakenluchthaven die vakantiecharters niet uitsluit, en zelfs
50% charterpassagiers voorziet in 2015 conform het
Spiekermann-rapport, geen strikte maar elastische
geluidsquota, geen sluitend businessplan dat met geen enkele
van de vooropgezette beperkingen rekening houdt)
Tenslotte moet het door
A.A.C.-VLM voorgelegde toekomstperspectief voor de luchthaven
Deurne vooral verworpen worden omdat het voorstel en de
onderliggende studies op een onvolledig en dus onbetrouwbaar
beeld van de Vlaamse luchthaveninfrastructuur steunen. Men kan
geen valabele economische of milieuprognoses en gefundeerde
strategische beleidsvoorstellen maken zonder op enige manier
met het vlakbij gelegen Zaventem rekening te houden. Ook
stellen wij vast dat Zaventem zelfs door de Antwerpse actoren
nu meer en meer als een volwaardig alternatief voor de
Antwerpse gebruikers beschouwd wordt.
Ter illustratie:
 |
Zelfs het Vlaams Economisch Verbond (juli 1999)
benadrukt dat de strategische keuzes voor de luchthaven
Antwerpen dienen rekening te houden met de strategie van
Zaventem en de aantrekkingskracht van deze laatste als
zakenluchthaven. Het beschouwt Zaventem als een concurrent
van Deurne.
|
 | De
G.O.M. Antwerpen heeft reeds in 1989 aangetoond dat de 35
km afstand tussen Deurne en Antwerpen geen enkel beletsel
is voor een gezamenlijk gebruikerspotentieel. Deze
verwaarloosbare afstand werd de basis van het in hun
rapport uitgewerkte voorstel om "naast de general
aviation ook de Europese vluchten niet langer op de
nationale luchthaven te behouden maar die
vertrek/bestemming zouden krijgen te Antwerpen. ...Onder
deze voorwaarden zou de nationale luchthaven zijn
intercontinentale en ook veel meer zijn vrachtrol kunnen
vervullen. In dit geval wordt een snelle verbinding met
Brussel en een spooraftakking noodzakelijk."
|
Dus een "Brussel
North International Airport" avant la lettre, waarmee
echter duidelijk wordt aangetoond dat evengoed Zaventem als
"Antwerp South" kan functioneren. De gevraagde
betere spoorverbindingen tussen Antwerpen en Zaventem staan
reeds op papier en zijn een prioriteit voor alle politieke
partijen.
De studies die het
A.A.C. -VLM project moeten ondersteunen zijn dus gebrekkig
omdat ze zijn opgesteld in de misleidende "splendid
isolation" optiek van de luchthaven Deurne. De enige ooit
door een Minister van Verkeer bestelde studie die ook de
bredere samenhang van de regionale luchthavens en Zaventem
heeft onderzocht (Amerikaans studiebureau Dixon Speas) heeft
wel totaal andere besluiten opgeleverd:
 |
de lijnvluchten voor Antwerpse gebruikers
vanuit Zaventem laten verzekeren is globaal en economisch
de meest voordelige oplossing;
|
 | wegens
milieuredenen mag Deurne alleen door kleine vliegtuigtypes
gebruikt worden (minder dan 6 ton)
|
Het
privatiseringsvoorstel A.A.C. - VLM is uiteindelijk dus op
zeer wankele basis gebouwd en wegens de commerciële
risico’s onaanvaardbaar voor het Vlaams Gewest.
Een alternatief
voorstel voor Deurne moet kaderen in de principes en besluiten
van ruimtelijke ordening van het Ruimtelijk Structuurplan
Vlaanderen en kan dus alleen maar slaan op een aan de ligging
en handicaps aangepaste rol van de luchthaven Deurne. Het kan
dus ten hoogste gaan om een status-quo.
Naarmate Zaventem
steeds dichter komt te liggen door nieuwe spoorverbindingen,
uitgebreide incheckmogelijkheden enz. kan de rol van Deurne in
de toekomst verder beperkt worden tot die van een
zakenluchthaven in de pure betekenis van het woord, d.w.z.
voor verplaatsingen met typische en in laadgewicht beperkte
zakenvliegtuigen ( bv. voor diamant, privé zakenvluchten) en
beperkte lijnvluchten voor de Antwerpse zakenwereld. In die
voorwaarden zou de huidige startbaan ook met 150m kunnen
worden ingekort, mocht dat nodig blijken, ze blijft dan nog
ruim 150m langer dan die van London-City.
Voor het probleem van
de rendabiliteit bij een beperkte exploitatie kan de privé-exploitant
of het Vlaams Gewest desnoods alternatieve inkomstenbronnen
bedenken, het liefst te zoeken bij de gebruikers en de
promotoren van de luchthaven zelf.
Het Vlaams Gewest kan
ook overwegen dat een uitgespaarde investering van minstens
2,7 miljard BEF alleen al als gewone financiële belegging
minstens 135 miljoen BEF per jaar opbrengt.
Het Vlaams Gewest zou
echter vooral moeten overwegen of het wel verantwoord is op
eigen risico nog fors te investeren in een project dat:
5. Bijkomende
discussie-elementen van VATUV
|